Eduard Remy - Monumenten tegen wil en dank?

Hoe zou iemand herinnerd willen worden?
Dat is een van de gedachten die je krijgt als je op het Herbert Hooverplein in Leuven een standbeeld tegenkomt.
Bovenop een hoge sokkel staat de buste van een wat autoritair overkomende man. Links en rechts langs de sokkel staan beelden van hulpbehoevende personen. Hun ellende is goed weergegeven. Blijkbaar is de man bovenop de sokkel een weldoener.


Om wie gaat het?

De fabriek staat er nog steeds. Ze maken er nog steeds stijfsel, naast andere producten.
Eduard Remy was een Leuvense ondernemer uit de 19e eeuw. In 1855 kocht hij een watermolen op de Dijle bij Wijgmaal. Hier liet hij rijstkorrels vermalen tot zetmeel. Het bedrijf groeide en werd een van de grootste producenten van vooral stijfsel.
Foto collectie
Eduard was opvallend goed voor zijn personeel. Hij organiseerde een ziekteverzekering en een veeverzekering voor werknemers met een eigen landbouwbedrijfje. Later zorgde hij voor een eigen een medische dienst in zijn bedrijf. Hij liet woningen en een kerk bouwen voor zijn werknemers.
De arbeiders konden eigenaar worden van hun huis via een zachte lening met maandelijkse afbetaling. Er kwamen avondcursussen, en hij stichtte een muziek- en zangmaatschappij. Hij bouwde een een feestzaal voor zijn medewerkers. Hij gaf ook geld voor een nachtverblijf voor daklozen en een gesticht voor ongeneeslijk zieken.

Overlijden en uitvaart
Begin maart 1896 was Eduard 82 jaar. Hij voelde zich niet zo goed, maar wilde tegen het advies van zijn vrienden toch nog een keer naar zijn fabriek in Wijgmaal gaan. Hij kreeg een longontsteking waaraan hij al na enkele uren overleed.
Er werd een grootse uitvaart georganiseerd. Wanneer het lichaam het huis werd uitgedragen, zorgden militairen voor een eresalvo en een treurmars. Tussen de menigte liep een enorme stoet, waarin meer dan 50 groepen waren vertegenwoordigd. Hij werd begraven in het familiegraf bij de abdij van Vlierbeek.