Het tragisch lot van Josette Haesarts - 2

In het huis aan de Leuvensesteenweg woonden ook Josettes tante Pelagia met haar man Hyppolyte. 

Op 4 april 1944 drong de Gestapo (de geheime politie van de bezetter) binnen in de woning. De Gestapo volgde Hyppolyte, waardoor Josette en Jean niet konden ontsnappen. Ze werden meegenomen. 

Na de oorlog werd aan het huis een plakkaat aan de muur gehangen met de vermelding van haar lot.

Gevangenschap

Josette werd overgebracht naar de gevangenis van Sint-Gillis. Ze werd meermaals langdurig ondervraagd om gegevens van haar medestrijders te achterhalen, maar ze bleef standvastig en liet niets los. 

Op 15 juni volgde het transport naar het concentratiekamp Ravensbrück. Veel vrouwen daar waren verzetsstrijdsters, en vielen op door hun onverzettelijkheid. Er was ook een interne verzetsbeweging.

Deze verzetshouding wordt mooi uitgedrukt door het monument Ravensbrück in Sint-Lambrechts-Woluwe. Het toont een vrouw en een kind. De houding van de vrouw (zie het fragment op de foto) vind ik treffend voor het verzet.


Josette was populair bij haar medegevangenen. Ze moest werken op het buitenkamp Neubrandenburg. De gevangenen moesten daar in een ondergrondse fabriek onderdelen voor wapens produceren. De gebouwen waren, smal, vochtig en hadden bijna geen luchttoevoer. De gevangenen werkten 12 uur achter elkaar, 6 dagen per week. Er was weinig eten, waardoor de gevangenen vaak verzwakten.

 

Josette werd teruggestuurd naar Ravensbrück omdat ze ziek was. Na de oorlog heeft een medegevangene het Rode Kruis om een adres van haar familie gevraagd. Uit die brief blijkt dat de twee vrouwen tijdens het laatste verblijf van Josette in Ravensbrück vriendinnen zijn geworden. Ze leefden volgens de brief van de vriendin op hoop.