Eduard Remy - Hoe wilde hij herinnerd worden?

De algemene aandeelhoudersvergadering van het bedrijf wilde al in 1884 een monument oprichten voor Eduard Remy. Hij heeft dit "formeel geweigerd". Voor zijn goede werken werd hem de adellijke titel van Baron aangeboden. Ook hier weer een weigering: "Ik baron? Nooit." 

Een teken van wat hij wél wilde: na zijn dood kwam er een aanzienlijk bedrag vrij dat verdeeld werd tussen weeshuizen (voor jongens en meisjes afzonderlijk…), bejaarden in het begijnhof en ongeneeslijk zieken.

Eduard werd dus begraven op de begraafplaats van de abdij van Vlierbeek.Toen ik daar het graf wilde opzoeken, leek dat in het begin een lastige opgave. Totdat ik het idee kreeg: "zoek het grootste graf". En jawel: ik vond het volgens een recente reisgids "plompe en met zichzelf ingenomen mausoleum". 

Het is inderdaad "iets" groter dan de graven eromheen… En "met zichzelf ingenomen" lijkt gezien zijn liefdadig werk minder bij Eduard te passen, maar waarschijnlijk meer bij sommige nabestaanden.

Het monument wordt niet goed onderhouden en je ziet tekenen van verval. In het midden staat iets wat op een praalgraf lijkt. Ik vermoed echter dat Eduards kist hier niet in past, Eduards resten zullen wel onder de grond leggen. Let op het (kunst)bloemetje. Is het daar bewust gelegd of is het eronder gewaaid vanaf een ander graf?

Het monument in Leuven

Het kon voor de gemeente Leuven niet bij een grafmonument blijven. Minder dan vier maanden na het overlijden van Eduard schreef de gemeente aan de gouverneur dat er reeds een bedrag was opgehaald voor een monument. Het zou een allegorisch monument worden en de opdracht werd toegewezen via een wedstrijd onder Leuvense kunstenaars.
Toen begon een vreselijk getouwtrek tussen de gemeente, de provincie en een kunstenaar die vond dat de opdracht hem toekwam. De wedstrijd kwam er en werd gewonnen door Pieter Braecke, een toentertijd gerenommeerd beeldbouwer, in samenwerking met de nog beroemdere Victor Horta.

Op één punt had de Inspecteur voor Schone Kunsten wel gelijk: "Het stijve borstbeeld van Remy lijkt te weinig geneigd om de ongelukkigen te hulp te komen die zo nederig voor hem buigen, in plaats van hem te smeken". Er had inderdaad wat meer interactie tussen Remy en de "ongelukkigen" mogen zijn.

 

Maar Pieter Braecke was als vertegenwoordiger van het "realistisch miserabilisme" zeer goed in staat om emoties te treffen. De werkloze man met het hongerige dochtertje links en de vrouw met een baby en een jongetje rechts zijn duidelijk hulpbehoevend.

De minister werd in snelheid gepakt en gaf ondanks een negatief advies van de Inspecteur voor Schone Kunsten zijn toestemming. Dit is het monument dat we nu op het Herbert Hooverplein (toentertijd de Graanmarkt) vinden. 

Op de foto zie je het volledige monument, ingehuldigd op 8 oktober 1899.

Bij de inhuldiging zongen 500 zangers de "Cantate Remy". In de avond trok een stoet van 169 verenigingen "met Venetiaanse lantaarns en prachtige transparanten" door de stad.

 

 

Tegen de zuil zien we nog een zieke vrouw en een dakloze, oude man. En Eduard hielp al deze mensen. Het beeld staat er nu 125 jaar. Het verloop van tijd zie je een beetje in de herfstbladen en de opgeplakte stickers.

 

Vrijdagochtend is er markt op het plein. Dan staat het monument wat verborgen tussen de marktkramen. Je vraagt je dan af hoeveel marktbezoekers nog weten wie Eduard was.